Lessen uit de Wat-werkt- sessie 1001 kritieke dagen en VoorZorg

880 keer bekeken

De eerste ‘Wat-werkt’-proefsessie 1001 kritieke dagen van het Kennisplatform leverde een aantal werkzame elementen op die het effect en succes van de methodiek Voorzorg bepalen. Deskundigen en professionals uit verschillende disciplines beten het spits af.

Op 17 oktober jongstleden organiseerde het Kennisplatform een eerste ‘Wat-werkt’-sessie rondom ‘1001 kritieke dagen’, een thema binnen het kennisnetwerk Veilig opgroeien. Elle Struijf, arts Maatschappij en Gezondheid, en strategisch beleidsadviseur bij de GGD Hollands Noorden en adviseur VoorZorg bij het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, ging samen met Majone Steketee, hoogleraar Intergenerationele overdracht van huiselijk geweld (Erasmus universiteit) en bestuurder van het Verweij Jonker Instituut, met de deelnemers op zoek naar de werkzame factoren van de methode VoorZorg. VoorZorg is een methode waarbij kwetsbare jonge moeders worden begeleid tijdens de zwangerschap en na de geboorte van een kind; de belangrijke ‘1001 kritieke dagen’ in een mensenleven.

Deelnemers aan deze sessie waren professionals uit verschillende disciplines, zoals consultatiebureaus, het CJG, wijkteams, jeugdzorg en welzijnsorganisaties, die deze middag volop informatie met elkaar uitwisselden.  (Zie het Manifest 1001 kritieke dagen.)

Werkzame factoren
Op jonge leeftijd zwanger zijn èn in een cumulatie van kwetsbare omstandigheden leven blijkt een risicofactor voor allerlei problemen bij deze jonge vrouwen en hun kind. Een reden om aandacht te besteden aan de vraag ‘wat werkt’ bij het stabiliseren en het opbouwen van een goede basis voor moeder en kind in hun eerste jaren. In een ‘Wat Werkt’-sessie zoeken we – in evenwicht tussen wetenschappelijke kennis, praktijkonderzoek, praktijkkennis en ervaringskennis - samen naar de factoren die een methode nu wel of niet werkzaam maken en gaan we hierover met betrokken professionals, onderzoekers en ervaringsdeskundigen in gesprek.

Emma van den Brand, initiatiefnemer van de Stichting voor tienerMoeders, www.voortienersmoeders.nl en zelf vijftien jaar toen zij zestien jaar geleden voor het eerst moeder werd, kwam als eerste aan het woord. Zij ondervond destijds wat het belang was van kansen krijgen op het gebied van opleiding en werkervaring en vraagt nu met haar organisatie daarvoor aandacht. Van den Brand: “Het praktische ongemak was groot, ik had geen auto, geen rijbewijs en geen diploma. Ik was bovendien blijven zitten en besloot de Havo niet af te maken want ik wilde en moest geld verdienen om zelfstandig te kunnen zijn. Daarom koos ik voor een directiesecretaresse opleiding via een leer- werkopleiding”  (Beroeps Begeleidende Leerweg).

Goede begeleiding
Het onderwijs kan nog veel leren en meer doen voor jonge moeders zoals zij, zo stelt Emma. “De school werkte niet bepaald mee, die vonden dat ik contacturen moest maken. Het gaat hier toch ook om de toekomst van mijn kind? Dit moet anders kunnen. Ik had best thuis wat extra opdrachten kunnen maken, maar dat mocht niet. Het onderwijs zou veel beter mogelijkheden kunnen faciliteren door bijvoorbeeld toe te staan om thuis te werken en je kind mee te nemen. Ik heb een moeilijke tijd gehad maar gelukkig kon ik er zelf uitkomen zonder professionele hulp.“ Dit laatste geldt helaas vaak niet voor VoorZorg-kandidaten die kwetsbaarder zijn dan Emma toen was. Voor velen van hen is goede begeleiding tijdens de zwangerschap en de eerste twee jaren cruciaal om een goede band met hun kind te kunnen opbouwen en het vol te houden.

Neem tienermoeders serieus
Het daadwerkelijk erkennen van de jonge tiener als moeder en haar serieus nemen, ook al heeft ze nog geen voogdij over haar kind, is een belangrijke randvoorwaarde voorgoed moederschap. Waarom zou een tienermoeder geen goede moeder kunnen zijn? Van den Brand: “Naar het consultatiebureau gaan vond ik heel spannend. Ik merkte dat ik daar niet serieus werd genomen. Als mijn dochter huilde namen ze haar snel uit handen om haar te troosten, terwijl ik dat zelf wilde doen. Wat ik nodig had was iemand die zei dat ik het goed deed. Verder zou ik het prettig hebben gevonden als een andere tienermoeder of een ervaringsdeskundige aan mijn kraamzorgperiode was gekoppeld”.  Uit het gesprek met Emma bleek al snel hoe belangrijk maatwerk is. Ook als het om tienermoeders gaat. Naast de leeftijd spelen ook andere factoren een rol bij de mate van kwetsbaar zijn als jonge moeder.

1001 kritieke dagen
Elle Struijf licht de uitgangspunten en principes van ‘1001 kritieke dagen’ toe. De 1001 dagen behelzen de twee cruciale jaren vanaf het moment van conceptie totdat het kind twee jaar is. Ofwel de basis van het leven voor wat het kind kan krijgen of niet kan krijgen. In die periode ontwikkelen de hersenen zich het snelst. De hechting met ouders is essentieel voor een goede start.  Struijf: “Als er in die periode schade optreedt dan is dat heel moeilijk te repareren”.

Kiezen voor het een of het andere
In de sessie komt onder andere het verschil tussen de methoden ‘Stevig Ouderschap’ en ‘VoorZorg’ aan de orde. Stevig Ouderschap zet je in bij een andere doelgroep (niet alleen bij eerste kind, vrouw is vaak minder kwetsbaar en/of ouder). VoorZorg is voor zeer kwetsbare ouders en Stevig Ouderschap voor kwetsbare ouders. Verschil tussen ‘Stevig Ouderschap’ en ‘VoorZorg’ is dan ook dat er bij Stevig Ouderschap minder bezoeken zijn en er meer tijd tussen zit. Je kunt ‘Stevig Ouderschap’ dan ook niet inzetten bij ‘VoorZorg’ kandidaten en vise versa.
Struijf: “Dat beide programma’s niet tegelijkertijd worden ingezet in een gemeente is te betreuren en heeft onder andere te maken met gebrek aan inzicht en kennis. Gemeenten kiezen daarom voor het een of het andere, terwijl het toch echt om andere doelgroepen en andere methoden gaat”.

Werkzame elementen
Uit de discussie kwam een aantal werkzame elementen naar voren die het effect en succes van de methodiek bepalen. Een greep daaruit is: maak contact en ontmoeting mogelijk met andere moeders; wees oplossingsgericht; houdt rekening met schuld, schaamte, maar ook met vooroordelen uit de omgeving; haak aan met CJG/Wijkteams zodat er een breder netwerk ontstaat, dat is ook belangrijk voor als de begeleiding stopt. Verder is goede training, intervisie, beschikbaarheid van collega’s en collegiale toetsing essentieel voor iedereen die met de methodiek aan de slag gaat. ‘Niet iedereen is geschikt voor het werk met kwetsbare gezinnen’, stelt Struijf. ‘Je hebt veel geduld nodig en je moet blij zijn met kleine stapjes. Het is daarom belangrijk om de juiste personen te selecteren’.  

Majone Steketee reflecteert op de discussie en voegt daar een aantal tips aan toe. Steketee: “Er is veel onderzoek gedaan naar wat werkt bij kwetsbare gezinnen, het gaat dan ook om gezinnen waar langdurig sprake is van geweld. Als het gaat om ‘wat werkt’ kan naar vier basisvariabelen worden gekeken (vgl EBM): cliënt-factoren, professional-factoren, interactiefactoren tussen cliënt en professional en factoren die in de methode zelf besloten liggen. Op cliëntfactoren wil ik nu niet in gaan, maar wel op dat er wordt gezegd dat de jonge leeftijd van de moeder een risicofactor is. Uit onderzoek blijkt dat dit niet klopt. Het hoeft niet zo te zijn dat een jonge moeder per definitie een risico factor is, daar spelen ook andere factoren een rol bij. Steketee doelt hierbij op contextuele en andere beschermende of beïnvloedende factoren die maken of iemand kwetsbaar is of niet”.

Eén professional centraal
Steketee: “Wat ik mooi vind aan VoorZorg is dat één professional centraal staat in het gezin. Die persoon onderhoudt alle contacten met anderen. Dat is noodzakelijk, want je ziet op het moment dat de hulp begint stress in het gezin alleen maar toeneemt. Dat heeft te maken met dat de gezinnen aan het overleven zijn en op het moment dat je eraan toe bent, komen de trauma’s naar boven. Dan moet je zeker bij de kinderen onderzoeken of traumaverwerking nodig is. En welke interventie je moet inzetten”.

Variatie aan methoden
Steketee benadrukt het belang van werken met een variatie aan methoden. Steketee: “Ik geloof persoonlijk niet dat één methode zaligmakend is. Het gaat erom dat je verschillende methoden in je rugzak hebt die je kunt inzetten. Vooral de interactie tussen professional en de persoon in kwestie is cruciaal. Maar ook moet je goed kunnen inschatten wat de directe sociale omgeving al dan niet kan bijdragen. Daarnaast is het van belang een gedegen analyse te maken van wat nu het probleem is. Bij de vraag welke methode wordt ingezet moet gekeken worden naar wat relevant is voor de betrokkene en wat aansluit bij wat nu precies het probleem is. Daarmee bedoel ik niet vraaggericht werken, maar je moet een gezamenlijk definitie maken en vaststellen wat het probleem is en waar de urgentie zit. Je moet aansluiten bij de leefwereld van het gezin en daar past werken tussen negen en vijf niet bij. Dat is ook nodig om een goede en werkbare relatie op te bouwen”. Steketee verwijst hierbij naar titel en tekst van haar oratie De Olifant in de kinderkamer’.  Hier wordt verwezen naar het fenomeen dat het probleem rondom huiselijk geweld in kwetsbare gezinnen zo groot is dat je nooit alles tegelijk kan zien. Iedereen ziet slecht een onderdeel of aspect van het probleem, dat is vaak het deel waar die professional zelf in gespecialiseerd is. Pas als je alles bij elkaar legt krijg je overzicht en kun je een aanpak formuleren.

Wat duidelijk werd in deze sessie is dat het onderwerp 1001 kritieke dagen vraagt om een verdere verdieping. Het Kennisplatform bezint zich hierop met de GGD NHN en het Verweij Jonker instituut.

Wat is een Wat-werkt-sessie?
Bij een Wat-werkt-sessie zoomen we met een aantal mensen - met verschillende achtergronden - in op een methodiek die veel wordt ingezet in het sociaal domein. Dit kan vanuit wetenschappelijk of praktijkgericht onderzoek – maar ook vanuit de ‘bril’ van verschillende professionals die ermee werken of betrokken zijn. Het gaat daarbij om het benaderen van de methodiek vanuit verschillende invalshoeken. Ook de inbreng van ervaringsdeskundigen kan een belangrijke aanvulling zijn. De centrale vraag is: Wat werkt bij een methodiek maar ook hoe werkt het, wanneer en voor wie?

Leerpunt van deze proefbijeenkomst is dat we vooraf het onderwerp goed kaderen, de vragen al bij de uitnodiging mee sturen en intensief doorvragen op de werkzame factoren. We denken dat de sessie zo nog meer gaat opleveren. Wordt vervolgd!


Dit artikel komt uit onze nieuwsbrief en hoort bij ons Kennisnetwerk Sociaal-Gezond.

Publicaties in dit artikel: