Het fatsoen van de samenleving

2181 keer bekeken

Op 15 december verzorgde emeritus hoogleraar Andries Baart, grondlegger van de Presentietheorie, het laatste actualiteitencollege van 2017. Zo vlak voor de kerst gaf hij de aanwezigen pittige stof tot nadenken: over fatsoen, verstandigheid en moed.

Andries Baart pleit voor een politiek-ethische sociaal werker. Hij stelt dat sociaal werk en daarbinnen het opbouwwerk dringend nodig zijn in deze tijden van populisme. Baart “Mijn stelling is dat de politieke functie van de sociaal werker op dit moment te beperkt is belegd in het vak. De sociaal werker heeft de positie om onvrede te signaleren en terug te geven aan het systeem, aan de politiek. Zorg dat je als sociaal werker stem-versterkend bent, voor de inwoner in de achterstandswijk en voor degene wiens stem niet gehoord wordt.”  Om dit goed te kunnen doen als sociaal werker moet presentie als werkwijze ingebed zijn in de interne organisaties én in de maatschappij. “Presentie speelt zich niet alleen af in het primaire proces maar betreft alle niveaus”, aldus Baart.

Om deze stelling duidelijk te maken start Baart het college met een beknopte toelichting op ontstaan en inhoud van de presentietheorie, een praktijktheoretische werkwijze, die door de jaren heen een brede basis heeft gelegd voor een meer relatie-gestuurde wijze van ‘zorg vanuit nabijheid’. Present zijn betekent in het kort gezegd dat je als professional bewust aanwezig bent en aansluit bij de leefwereld van de ander. Presentie staat letterlijk voor een praktijk waar de zorgverlener zich aandachtig en toegewijd op de ander betrekt en daarbij doet wat werkelijk passend en nodig is. Het de ander ‘eer geven’ en zijn of haar anders zijn respecteren staat daarbij centraal. Volgens Baart is er toelichting nodig om te zorgen dat alledaagse woorden als ‘zorg’ of ‘praktijk’ goed worden begrepen. Baart: "Zorg gaat in wezen over ‘de betrekking’ en het ‘belangstellen’ in de ander, stelt Baart. Het gaat daarbij niet alleen om problemen maar om dat wat op ‘het spel’ staat, en dat kan van alles zijn, denk aan eer of verlangen.”  Hoewel Baart wordt beschouwd als de grondlegger van de presentie-theorie, benadrukt hij: “Ik ben niet de uitvinder van de theorie. Integendeel. Ik heb vooral woorden gegeven aan dat wat goede professionals van nature al deden: present zijn. Door goede professionals te volgen en te besturen is de theorie tot stand gekomen.”  

De kunst van het sociaal werk

Presentie vertoont veel gelijkenissen met de bewegingen die in zijn gezet met de transformaties in het sociaal domein. Baart: “Presentie en de transformaties zijn beiden leefwereld gericht. Er wordt gedacht in termen van relaties: we moeten het samen doen. Dat uit zich nu in rare termen als ‘samenredzaamheid’. Terwijl we het volgens mij vroeger ook al samendeden, maar nu heet het ook zo.”  Sociaal werk is het beroep dat van oudsher het meest gericht is op de leefwereld. Echt in de leefwereld zijn en bij iemand blijven is een kunst, zo stelt Baart. “Aansluiten is moeilijker geworden dan het was. Ik signaleer dat de sociaal werker steeds meer in een spagaat is gekomen tussen de leefwereld van de inwoners en het systeem. Soms ontstaat er ook een vreemde mismatch: een interventie wordt misschien wel goed uitgevoerd, maar had nooit moeten plaatsvinden. Of er worden regels of voorwaarden aan een behandeling gekoppeld die misplaatst zijn, omdat ze te veel vragen van een persoon die hulp nodig heeft.”  In de zaal wordt herkennend gegrinnikt als Baart het voorbeeld schetst hoe een jongere wordt opgevangen in een verblijf en bij binnenkomst een contract moet tekenen waarin staat: ‘Hier gebruiken wij geen drugs, schelden niet en maken geen ruzie’. Baart: “Als dat mogelijk was, dan zou deze jongere natuurlijk helemaal geen plek in het verblijf nodig hebben. Het is al mooi als dat het resultaat is aan het einde van het verblijf, laat staan dat je zo moet starten.”

Eén van de kenmerken van presentie is ook: wat gedaan kan worden, dat wordt gedaan. Baart: “Dat betekent ook: wat niet kan, dat kan niet. Als hulpverlener kun je niet alles oplossen. Zeg niet tegen een cliënt dat het allemaal goed komt, want soms komt het niet goed. Dat is de aard van het werk. Wat je wel kunt zeggen: als het niet goed gaat, dan blijven we bij je. We laten je niet in de steek. Dat is het fatsoen van de samenleving en daar sta je voor.”

De kloof tussen systeem en leefwereld is de afgelopen tijd groter geworden, zo merkt Baart op. “Ik maak me zorgen omdat ik zie dat professionals soms diep verscheurd worden doordat ze enerzijds gestelde doelen willen halen en hun opdrachtgever willen dienen, maar anderzijds ook trouw willen zijn aan de buurtbewoner. Ze willen wel aansluiten bij de leefwereld, present zijn, maar ze voelen de druk van de systeemwereld met resultaatsturing en korte financieringsstromen.”  Het gevolg daarvan is dat een hulpverlener een cliënt soms voor zijn of haar gevoel, te vroeg moet loslaten. Als hoogleraar zorgethiek betitelt Baart dit als ‘schuldig verlaten’: “Als er geen ruimte is om écht een relatie aan te gaan met een cliënt, dan is er ook geen tijd om de cliënt te stimuleren of perspectief te bieden op het moment dat deze de hulp niet wil accepteren die nodig is. Wat gebeurt er dan? De hulpverlener accepteert de autonomie van de cliënt en licht zijn hielen. Dat noem ik schuldig verlaten.”

Verstandigheid en moed

Hoe kun je als sociaal werker omgaan met de ambigue positie en de spanning tussen leef- en systeemwereld? Baart introduceert het begrip ‘de verstandige professional’, een begrip dat in omliggende landen meer gemeengoed is dan in Nederland. “Aristoteles gaf al aan dat er drie soorten kennis zijn: de theoretische kennis en vaardigheden en phronèsis of praktische wijsheid: een begrip dat verwijst naar de tussenruimte tussen kennis en vaardigheden waarin je besluit wat je moet doen. Je kennis en vaardigheden neem je als professional als het ware mee in je rugzak, tot het punt waarop je daarmee niet verder komt. Dan volgt het besef: mijn vak heeft me tot hier gebracht. Nu kom ik niet verder, maar ga ik verder in de geest van mijn werk. Je improviseert en doet iets verstandigs wat niet onder woorden te brengen is. Dat is verstandigheid,” aldus Baart.

Een kenmerk van verstandigheid is dat de sociaal werker zijn of haar gevoel, moraal en ervaringen inzet. Deugden als barmhartigheid en moed zijn essentieel: de sociaal werker is niet bang om het grijze gebied te betreden. Baart introduceert het woord ‘finaliseren’ om aan te geven dat de sociale professional datgene doet wat nodig is en waar het ‘uiteindelijk om te doen is’. Daarbij kan het nodig zijn verder te gaan dan de concrete taak, opdracht of beloning. Het is vakgebied-overstijgend, druist in tegen marktwerking en soms komt er bonje van met de werkgever. ‘En als er bonje van komt moet je durven terug- of tegenspreken’, aldus Baart. Om dat goed te kunnen doen is historisch besef van het vak nodig. Sociaal werk is een politiek-ethische functie. Het is nodig om inhoudelijk over het vak na te kunnen denken en dit te bezien in de volle breedte. De functie van de sociaal werker als hulpverlener is sterk ontwikkeld, maar het gaat ook om opbouw van de samenleving. “De politieke functie van de sociaal werker is nu te beperkt belegd in het vak. Je moet niet alleen present zijn en aandacht geven, de ander zien, maar ook onvrede signaleren en teruggeven aan het systeem. Belangrijk is dat de sociaal werker stemversterkend is voor de inwoner wiens stem niet gehoord wordt.”  Het pleidooi is niet bedoeld om druk te leggen op de individuele sociaal werker. Baart agendeert en adresseert de thematiek vooral aan de professie, de branche en het beleidsdomein. Presentie moet als werkwijze ingebed zijn in de interne organisaties én in de maatschappij, want een sociaal werker die alleen staat, raakt afgebrand. 

Met een grote groep vertegenwoordigers uit gemeenten, de zorg, welzijn en onderwijs was dit laatste actualiteitencollege van het jaar goed bezocht. Voordat de middag werd afgesloten met een feestelijke kerstborrel gaf Andries Baart de aanwezigen tot slot mee: “Een goede professional is bovenal verstandig, heeft kennis van het vak en spreekt zich uit in de geest van het werk.”  De boodschap zal niet altijd makkelijk zijn. Niet voor de professional zelf, niet voor de organisaties, niet voor gemeenten en niet voor burgers. Een sterke overdenking en opdracht om het nieuwe jaar mee in te gaan.


Meer informatie:
http://www.presentie.nl/
http://ethicsofcare.org/
http://www.andriesbaart.nl/


Dit artikel komt uit onze nieuwsbrief en hoort bij ons kennisnetwerk Professional in Beweging (PiB).

Cookie settings